De volgende trainingen


Datum

Rustig aan / beginner

Sneller / meer

Tempo aanduiding

Omschrijving                                 

 

10-juli

 

 

 

FAMILIETRAINING NORG!

13-juli

 

 

 

BAANtraining

20.00 vertrek;

Ik neem camera’tje mee om wat HD video te maken (50fps), van wat snelle loopjes.

We doen 6x200; ‘iets zwaars’; 6x300. Dat ‘iets zwaars’ kan zijn: 800 of 1000 of 1500 meter snel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Borg schaal

Deze is hier en daar weer even ter sprake gekomen. Vooral is het belangrijk, als je 3x of vaker per week traint, dat je slechts twee trainingen een score van 14 of hoger haalt, en de overige trainingen in het gebied tussen 10 en 13 liggen. Met andere woorden: een balans tussen intensiteit en ontspanning. 
 
Dit is een puntenschaal van 5 tot 20, waarin je kan uitdrukken met welke intensiteit je traint, sport, loopt. Ik heb er tussen haakjes een voorbeeld-inspanning bij gezet, hoewel dit per persoon weer iets anders kan liggen. Voor beginners is heel langzaam joggen al enigszins zwaar. Voor zeer goed getrainden is vlot lopen, D2, nog ‘vrij licht’, zo voelt het aan...
 
5 – geen inspanning

6

7 – zeer zeer licht (langzaam wandelen)

8

9 – zeer licht (wandelen)

10 (heel langzaam joggen)

11 – vrij licht (vrij vlot wandelen, joggen)

12 –  (rustig hardlopen)

13 – enigszins zwaar (iets vlotter, D2 tempo)

14 – tamelijk zwaar (vlot lopen, D3 tempo)

15 – zwaar (vlot-snel lopen, wedstrijd in het begin)

16

17 – zeer zwaar (wedstrijd tegen het einde)

18

19 – zeer zeer zwaar (eindsprint soms)

20 – totaal uitputtend (je hebt je na de eindsprint een rondje vergist, moet nog een ronde)

 
Het mooie van deze schaal is dat deze voor lopers met grote verschillen in niveau te gebruiken is. Met andere woorden: Of ik of Gebreselassie zegt dat iets zwaar is, komt op hetzelfde neer. ‘Zeer zwaar’ kan ik 6 minuten volhouden en hij ook. ‘Enigszins zwaar’ tot hooguit ‘zwaar’ is een heel effectieve trainingsintensiteit bij intervaltrainingen. 

 

Krachttraining thuis

Een set oefeningen die je thuis zou kunnen doen, na wel eerst even 10 minuten warmlopen.

10 minuten inlopen; 20 seconden skipping, 20 seconden hakkenbil; 10x kniebuigen. Dit is een warming up voor de echte krachttraining:

-          20 seconden kuitoefening

-          2x 20 herhalingen éénbenige kniebuiging (hoek van 120 graden)

-          2x15 seconden hamstring-oefening (statisch): hak onder een stoel haken en lichtjes trekken.

-          2x15 seconden beenhef-oefening (statisch) waarbij jijzelf of een ander het been tegenhoudt.

-          5x20 seconden stoelzit tegen muur (statisch)

-          10-20x éénbenige kuitoefening

-          2x 20 herhalingen éénbenige kniebuiging (hoek tot 90 graden)

-          lange stoelzit, 1 minuut of meer

-          30 herhalingen tweebenige kniebuiging tot 90 graden. Rustig inzakken, heel snel opstaan.

Tussen elke oefening even dribbelen-losschudden.

 

Deze krachttraining kunnen we af en toe wel weer gezamenlijk op de maandag gaan doen, afhankelijk van belangstelling.

 

En nog iets over tempo,

Denk ook niet dat je ‘te langzaam’ kan gaan. Ook 5 of 6 km/uur joggen is prima, het beste daarbij is dat je ook dan je loopfrequentie relatief hoog houdt om te voorkomen dat je gaat ‘sjokken’.

Marathontraining

Met Dik Jagersma heb  ik een discussie over marathontraining, naar aanleiding van onderstaand marathonschema die inmiddels op mijn eigen weblog staat. Maar ook hier, kan je doorklikken naar die discussie. Deze bestaat uit mails die we elkaar sturen.... Mail 1 Dik,  Mail 1 Paul, Mail 2 Dik, Mail 2 Paul, Mail 3 Dik, Mail 3 Paul,

 

Leuke tv-beelden en foto’s: Oude heroïsche beelden en foto's

Iets over marathonschema’s:

Wil je weten hoe een ‘echt’ marathonschema eruitziet, klik dan op dit Marathontrainingsschema. Dit schema gebruik ik als basis voor atleten die 2.40 a 3.20 willen lopen, het is dus puur ter lering en vermaak en (misschien over enkele jaren) om te gebruiken.

Nog eens over rekken en strekken

Veel mensen rekken en strekken voor en na trainingen. Doel is vaak:

1)    spierpijn na de training te reduceren

2)     blessurepreventie

3)     verbetering van prestatie

We kunnen hier het volgende over zeggen:

1)    Australische onderzoekers vonden duidelijk bewijs dat rekken voor of na de training geen bescherming biedt tegen spierpijn (Herbert and Gabriel, BMJ 2002 ). Intensief rekken kan spierpijn zelfs erger maken. Spierpijn komt door kleine scheurtjes van (individuele) spiercellen. Een intensieve rek verhoogt de schade aan de spier, wat resulteert in meer pijn. Ook zal de rek de bloedvoorziening naar de spier verminderen wat het herstel in de weg staat.

2)     Er is geen effect op blessurepreventie, volgens hetzelfde onderzoek. Ja zelfs, het kan het risico op blessures verhogen.

3)     De prestatie na rekken is verminderd met 2 to 23,2% (Freiwald, Bergische University in Wuppertal, Germany). Maar meer onderzoek is wel nodig. Pas een kwartier of langer na een intensieve rek-sessie is het prestatievermogen weer op peil.

Het is dus niet zinvol om te rekken tegen spierpijn en blessures,

MAAR: rekken en strekken is wel nuttig om flexibiliteit te behouden, mentaal te ontspannen, en te verbeteren in sporten zoals turnen. Ook is het soms bruikbaar om de spier ‘aan te voelen’ (diagnostisch rekken).

In de zin van ‘spieren op lengte zetten’ kan je aan het eind van de warming up soms enkele verkorte spieren lichtjes rekken.

Rekken NA sportbeoefening wordt NIET AANBEVOLEN. De spieren zijn vol bloed, en rekken drukt dit bloed, nodig voor herstel van de spier, UIT DE SPIER. Een cooldown bestaande uit alleen maar rustig joggen, is VEEL BETER DAN REKKEN.

Wij gaan dus doen: in de warming up af en toe even relaxen en enkele lichte rekoefeningen als het niet te koud is (diagnostisch).

 

Chatsessie

Ik heb op 4 september deelgenomen aan een chat-sessie met Henk Kraaijenhof, op de website www.chatnrun.nl. Er waren een stuk of 8 deelnemers, waaronder dus Henk.
't was hartstikke leuk, ik heb hem wat vragen kunnen stellen en wat antwoorden kunnen krijgen, lees: de chatsessie


Zere kuiten


Pijn in de kuiten tijdens het hardlopen. Er zijn vele oorzaken. Te slappe spieren of te hoge belasting voor de spieren (treedt op als de training snel goed gaat maar de spieren niet snel genoeg 'meegroeien'). Je kan oefeningen doen. De meest basale oefeningen zijn:

- tweebenig enkelstrekken: op kleine drempel staan, hakken tot de grond laten zakken en rustig omhoog brengen met gestrekte knieën. Niet tot maximale hoogte, maar ca 7 cm. Dit elke dag doen, beginnen met 3x15 stuks, uitbouwen tot 3x30 stuks. Daarna:
- eenbenig enkelstrekken: op dezelfde kleine drempel met 1 been, en dezelfde procedure. Jezelf vasthouden. Beginnen met 3x10, uitbouwen tot 3x20.



Daarnaast rekken (jaja): als de spieren verkort zijn of er bijna kramp in zit, de standaard kuitrek oefeningen uitvoeren.

Ik zag ook een leuke site, op het gevaar af dat ik reclame maak: hier zit ook iets in: iets over compressiekousen



Persoonlijke hartslag

Het is de laatste trainingen weer eens ter sprake gekomen: is een hartslag van 180 of 200 nu hoog of laag? En hoe zit het met 'maximale hartslag is 220 min de leeftijd'?

Dat laatste is eigenlijk alleen maar een richtlijn als je verder volledig in het duister tast en geen gegevens hebt. Maar zodra je enigszins getraind bent en dan 20 of 30 minuten 'vlot maar niet voluit' loopt, weet je al veel meer. Dan weet je je 'drempel-hartslag'.

Deze hartslag is in het algemeen 10-15 slagen lager dan je maximum.

Als je bij minutenlopen op of onder deze drempel blijft, dan train je effectief: er treedt niet veel 'schade' op, het lopen gaat redelijk soepel en je hebt een goed trainingseffect. Als je bij rustige duurlopen RUIM onder deze drempel blijft (20-40 slagen) dan is het effect ook goed; en dan loop je lekker en niet geforceerd.

Voorbeeld: ik (Paul) heb een drempel van 157. Mijn maximum ligt naar schatting rond de 170, en effectieve trainingen zijn intervaltrainingen met een hartslag rond de 140-155, en duurlopen met hartslagen van 125-140.
Andere loper: drempel van 190. Maximum naar schatting 205; intervaltrainingen rond 175-190, duurlopen rond 150-170.



Artikel over looptraining:  
interessant artikel

Op welke hartslag moeten we nu eigenlijk lopen?


In schema's geef ik vaak tempo's D1-D2-D3, T1, T2, T3 aan.

Maar, hoe hard is dat nu eigenlijk? De Pool Jerzy Zoladz  geeft wat nadere richtlijnen. Hij onderscheidt 5 trainingszones gebaseerd op hartslag.

- Z1: zone rond maximale hartslag -50
- Z2: max - 40
- Z3: max - 30
- Z4: max - 20
- Z5: max - 10

Z1 komt overeen met iets rustiger dan D1, is dus inlooptempo.
Z2 komt overeen met D1,
Z3 komt overeen met D2,
Z4 komt overeen met D3.
Z5 komt overeen met T1 a T2 en is een hoog tempo.  Maar als je dit tempo op korte versnellingsloopjes gebruikt, voelt dat nog niet al te zwaar. Als je dit tempo langer doortrekt kom je na enkele minuten in de problemen: hijgen, zure benen. Boven 'Z5' is T2 a T3, dit is een nog wat hoger tempo en valt aan te duiden als 'semi sprints': vlot tot hard, 20 seconden is goed te doen, maar na een minuut moet je stoppen wegens verzuring en vermoeidheid.

De hartslag behorend bij 'onze' tempo's is dus ongeveer:
- inlooptempo: max - 60
- D1: max - 40
- D2: max - 30
- D3: max - 20
- T1: max - 12
- T2: max - 7
- T3: max -5 tot max (als je T3 lang volhoudt zal je hartslag het maximum benaderen!)

Als je zelf duurlopen doet is het handig om af en toe een hartslagmeter om te hebben, en om duurlopen niet altijd met dezelfde hartslag van bijvoorbeeld 160 te lopen, maar ook eens duurlopen met hartslag van 130 te lopen, ook al lijk je dan om te vallen van traagheid. Als je wilt weten bij welke hartslag je het beste kan trainen dan kun je een 'Zoladz-test' doen (vraag info bij mij, en/of zoek op Google ("Zoladz test")).

Let op: probeer niet om 'op hartslag' te lopen met T2 en T3, deze snelheden zijn bedoeld voor korte tempo's en zijn eerder beentrainingen dan hart trainingen.